Paddentrek gewone pad

Gewone pad verzwakt door warme winters en plotselinge vorst

De Natuurkalender, Wageningen University
5-FEB-2024 - Een nieuwe studie laat zien dat de gewone pad in warme winters sneller door zijn energiereserves heen is. Hoge temperaturen in de winter maken padden ook kwetsbaarder voor plotseling invallende vorst. De steeds warmere winters zijn mogelijk een verklaring voor de 60 procent achteruitgang van het aantal padden in ons land in de afgelopen 15 jaar. Dit jaar is de winterrustperiode ook weer zeer warm.

Ondanks het winterse dipje in het midden van januari is de winter tot nu toe zeer warm. Net als de herfstmaanden daarvoor. De maanden oktober tot en met december staan op de vierde plek van warmste ooit sinds 1706. Januari was met een gemiddelde temperatuur van 3,9 °C in vergelijking met de 1,4 °C van vijftig jaar geleden ook zeer warm. In het natuurbericht 'Veel te hoge temperatuur verzwakt insecten in winterrust' concludeerde ik al op basis van diverse recente wetenschappelijke studies dat insecten die blootgesteld zijn aan hoge temperaturen terwijl ze in winterrust zijn, veel meer energie verbranden dan bij normale temperaturen. Een recent gepubliceerd onderzoek laat zien dat hetzelfde geldt bij de gewone pad (Bufo bufo). De onderzoekers onderzochten de fysiologische reacties op warmere winterdagen en op plotselinge voorjaarsvorst.

Vijftien mannetjespadden werden 48 uur lang bij 4 °C gehouden en 15 padden bij 8 °C. De ademhaling (het zuurstofgebruik) lag 27 procent hoger bij de 8-graden padden. Hun dagelijkse energieverbruik lag daardoor ook ruim 25 procent hoger dan bij de 4-graden padden. De 8-graden padden verloren gemiddeld 4 procent van hun lichaamsgewicht in de 48 uur dat het experiment duurde terwijl de 4-graden padden op gewicht bleven. De 8-graden padden kunnen het daardoor korter met hun energiereserves in rust uithouden en dus eerder verhongeren.

Het onderzoek laat ook zien dat 8-graden padden veel minder koudetolerant waren. Ze hadden minder energiereserves die noodzakelijk zijn om stoffen aan te maken zoals glucose of glycerol. Deze stoffen beschermen het lichaam tegen beschadiging door bevriezing. Een hogere wintertemperatuur vermindert dus de kans dat gewone padden de winter overleven, maakt ze kwetsbaarder voor (plotselinge) vorst en de padden komen zwakker uit de winterslaap. Daarnaast heeft een lagere energiereserve ook invloed op het immuunsysteem en op de vruchtbaarheid, wat ze weer gevoeliger maakt voor andere drukfactoren.

Gewone pad

60 procent achteruitgang populatie

In de recent gepubliceerde RAVON-balans (pdf, 9,4 MB) 2023 stond een grafiek die liet zien dat het aantal padden sinds 2008 met 60 procent is afgenomen (zie hieronder). Dit cijfer is gebaseerd op de gegevens van Padden.nu, een RAVON-platform voor en door paddenwerkgroepen. De bruine kikker blijkt met 40 procent achteruit te zijn gegaan. De trends staan in schril contrast met de trends die door het Compendium voor de Leefomgeving worden getoond (zie de tweede figuur hieronder). Daarin is helemaal geen achteruitgang te zien, maar zelfs een matige toename. Dit blijkt veroorzaakt doordat bij de laatste methode enkel wordt gekeken naar het aantal kilometerhokken waar padden voorkomen. Padden komen dus nog steeds vrijwel overal voor, maar de aantallen zijn dramatisch achteruitgegaan. Volgens RAVON zijn de oorzaken van de afname onduidelijk. Het is mogelijk een combinatie van factoren, zoals de intensivering van de landbouw, verlies aan habitat en versnippering van leefgebieden, klimaatverandering/verdroging, effecten van invasieve exoten en de afname van insecten die als belangrijke voedselbron dienen.

Aantalstrend van gewone pad op basis van overzetdata verzameld via Padden.nu sinds 2008

Trend gewone pad vanaf 1997 op basis van het voorkomen in het aantal kilometerhokken in Nederland

Temperatuurrisico-index tijdens rust

Sinds eind jaren 80 van de vorige eeuw is de temperatuur in Nederland gaan stijgen. De grafiek hieronder toont een temperatuurrisico-index tijdens de winterrust voor zowel de wintermaanden december tot en met februari (blauwe lijnen) als de periode oktober tot en met februari (oranje lijnen). Voor elke maand wordt gekeken in hoeverre de gemiddelde maandtemperatuur afwijkt van het gemiddelde over de jaren 1941 tot en met 1970. Vervolgens wordt voor elk jaar de som genomen van die maanden waarbij de temperatuur tegenwoordig hoger ligt dan dit gemiddelde. De stippellijnen zijn het voortschrijdend 30-jarig gemiddelde.

Risico op verzwakking door hoge temperaturen tijdens rustperiode

Het is duidelijk te zien dat deze lijnen sinds eind jaren 80 van de vorige eeuw sterk oplopen. De amfibieën, maar eigenlijk alle koudbloedige beesten waaronder insecten, verbruiken steeds vaker meer energie gedurende de winterperiode en raken hierdoor steeds verder verzwakt. Tenzij ze zich weten aan te passen. Maar aanpassing blijkt nog niet, of in ieder geval onvoldoende, uit de sterke afname van de populaties. De zeer hoge temperatuur in de afgelopen maanden voorspelt niet veel goeds voor de dieren in winterrust. Betere bescherming, zoals het helpen met oversteken van wegen, en vooral meer leefgebied en het verlagen van de vele andere drukfactoren is het enige wat we kunnen doen om de negatieve impact van de steeds verdergaande klimaatverandering tegen te gaan. Hopelijk lukt het de soorten dan om zo goed mogelijk mee te bewegen met die klimaatverandering.

Tekst: Arnold van Vliet, De Natuurkalender, Wageningen University
Beeld: Arnold van Vliet; NEM, CBS, RAVON