Ooievaars

Van ooievaars krijg je nooit genoeg

Vogelbescherming Nederland
22-AUG-2023 - Nadat de ooievaar in de jaren zestig bijna was verdwenen uit Nederland door het gebruik van DDT, is deze iconische vogel met ongeveer 1600 broedparen geregeld weer te zien in ons land. Als gevolg van een succesvol herintroductieprogramma. Ooievaars weten intussen steeds beter hun draai te vinden in Nederland. Dat vraagt soms wat menselijk aanpassingsvermogen.

De ooievaar is een opvallende verschijning. Het is een grote vogel. Met zijn 100 tot 115 centimeter lengte en spanwijdte van 180 tot 218 centimeter en zwart-witte verenkleed is ie moeilijk te missen. Iedereen heeft er wel eens eentje in het weiland zien rondstappen, op de camera’s van Beleef de Lente bekeken of op een lantaarnpaal naast de snelweg zien staan. Daar staan ze hoog en veilig, met riant uitzicht. Ze vallen op en leven dicht bij de mensen in de buurt. In veel culturen wordt de ooievaar gezien als een geluksbrenger; en zoals je weet worden baby’s door de ooievaar gebracht.

In de jaren zestig was de ooievaar in Nederland zo goed als uitgestorven. In 1969 startte Vogelbescherming een herintroductieproject en dankzij een fokprogramma en de hulp van veel vrijwilligers nam de populatie in de jaren tachtig en negentig toe. Inmiddels zijn er zo’n 1600 broedparen in Nederland. Die zijn hier in het voorjaar en de zomer. De meeste ooievaars trekken aan het eind van de zomer, begin van de herfst, weg naar het zuiden. Een deel blijft in Nederland; in de herfst en winter zijn er dan nog ongeveer duizend ooievaars. Een bescheiden aantal, als je het afzet tegen het aantal mensen in Nederland (17,5 miljoen) of pak ‘m beet houtduiven (1 tot 2 miljoen in de winter).

Ooievaars

Kunstnesten?

In het verleden zijn kunstnesten geplaatst om de ooievaar een opkontje te geven. Daar maakte de soort dankbaar gebruik van. Ooievaars kunnen echter prima zelf een nest bouwen en dat doen ze dan ook, soms op onhandige plekken. Zoals boven de snelweg, of op de bovenleiding van het spoor. Zowel kunstnesten als door ooievaars zelf gefabriceerde nesten zijn jaarrond beschermd, omdat ooievaars de nesten meerdere jaren gebruiken. Voor het (tijdelijk) verwijderen van een nest(paal) is altijd een ontheffing van de provincie nodig.

Kunstnesten of ooievaarspalen plaatsen kan nog wel, maar het is niet meer nodig. Stork, de stichting die zich voor ooievaars in Nederland inzet, zegt dat het aantal beschikbare kunstnesten intussen groot genoeg is en dat er bovendien voldoende geschikte bomen zijn voor ooievaars om een nest in te bouwen. Volgens Stork is het op veel plaatsen zelfs niet wenselijk om kunstnesten te plaatsen, en zeker niet in of langs de randen van natuurgebieden. De biotoop, of het leefgebied voor de ooievaar, is niet overal in Nederland even geschikt en er broeden dan ook in grote delen van ons land geen ooievaars. Stork vraagt dus om terughoudend om te gaan met het plaatsen van kunstnesten.

Samenleven met ooievaars

Voor velen is het een schitterend gezicht, ooievaars die elkaar al klepperend begroeten. Een teken van het voorjaar. Een ooievaarsnest is een schitterend bouwwerk en kan zomaar ook een huis zijn voor andere dieren; ook huismussen kunnen er in gaan broeden.

Er kan natuurlijk poep, nestmateriaal, voedselresten en soms een dood jong naast het nest terecht komen. Dat vraagt om enige inschikkelijkheid. We moeten leren samenleven met de dieren om ons heen. Het is overigens een mythe dat ooievaars als ze vliegen alles onderpoepen; wees dus niet bang voor een ooievaarpoepje op je hoofd. Anderhalve meter rond het nest, daarmee is de (poep)overlast meestal wel bekeken.   

Heel soms broeden er meer ooievaars bij elkaar. Dat komt dan waarschijnlijk omdat er voldoende voedsel in de omgeving te vinden is. Voer ooievaars nooit bij: ze moeten zelf voldoende voedsel kunnen vinden in weilanden of de uiterwaarden van een rivier.

Ooievaar

Kuikens op het menu?

Ooievaars eten heel gevarieerd: larven, kevers, regenwormen, slakken, kreeftjes, krekels, kikkers, muizen, ratten. Ringslangen en mollen zijn soms ook prooi. Ze zoeken hun voedsel in drassig gebied, langs sloten, op akkers en weilanden. Ooievaars jagen zelden of nooit op weidevogelkuikens, wel zijn ze achter de maaimachine te vinden om uitgemaaide gewonde of dode kuikens op te pikken. Anders dan soms wordt gedacht, draagt de ooievaar niet bij aan de achteruitgang van het aantal weidevogels. De decennia van steeds verder gaande intensivering van de landbouw is daar de oorzaak van.

Jonge ooievaars worden door hun ouders met kleine prooien zoals regenwormen gevoerd. Met regelmaat komen berichten voorbij over ooievaars met een maag vol postbode-elastieken. De oudervogels hebben de elastieken voor een makkelijke prooi aangezien; de jonge ooievaar overleeft dit uiteraard niet. Ook afgelopen week was het weer raak, zowel in Herwijnen als bij het Vogelrevalidatiecentrum Zundert. Een jonge ooievaar werd binnengebracht met bijna een halve kilo elastieken in zijn keel. Tragisch: de oudervogels hongeren onbewust hun eigen jong uit.

Blij met de ooievaar

Nederland is geen land waarin natuurbeschermingssuccessen met overtuiging worden gevierd. Zodra een soort het weer wat beter doet, wordt er soms geklaagd over overlast en komen er niet zelden protocollen. Vogelbescherming is vooral blij dat de ooievaar het weer goed doet in Nederland.
In deze tijd van het jaar, augustus, zijn veel ooievaars zich bovendien aan het groeperen om zich voor te bereiden op hun reis naar het zuiden, naar de overwinteringsgebieden. Een deel blijft hier, maar een deel trekt dus ook weg. Op sommige plekken kun je nu dus veel ooievaars samen zien. Nog even, dan zijn die weer verdwenen. Geniet ervan!

Tekst: Vogelbescherming Nederland
Foto's: Harvey van Diek; Jan Guichelaar; Pixabay