Twee nieuwe nachtvlinders in Nederland

De Vlinderstichting
18-AUG-2014 - Er zijn de afgelopen tijd twee nieuwe nachtvlinders vastgesteld in ons land. Op 20 juli werd in Friesland een nieuwe uil gevonden en bij het werken aan de vlindercollectie ontdekte Rob de Vos een nieuwe soort die al in 1987 was verzameld.

Bericht uitgegeven door De Vlinderstichting [land] op [publicatiedatum]

Er zijn de afgelopen tijd twee nieuwe nachtvlinders vastgesteld in ons land. Op 20 juli werd in Friesland een nieuwe uil gevonden en bij het werken aan de vlindercollectie ontdekte Rob de Vos een nieuwe soort die al in 1987 was verzameld.

Het ’windeweeskind’ (foto’s: Lepinet.fr)In de collectie zat een Aedia leucomelas, die op 15 juni 1987 door de heer M. Waber was verzameld in Urmond. Deze soort, die nog geen officiële Nederlandse naam heeft, maar die we voorlopig ‘windeweeskind’ noemen, was nog nooit eerder in ons land gezien. Ook in de directe omgeving komt hij niet voor en mogelijk dat we hier te maken hebben met een vlinder (of pop) die is meegevoerd vanuit het zuiden. Dat de vlinder zelf deze kant op is gezworven moet ook niet worden uitgesloten.

De vlinder lijkt wel wat op het wit weeskind (Cathephia alchymista) en opvallend zijn de spierwitte achtervleugels met een donkere zoom. De soort komt voor in Zuid-Europa en tot ver in Azië en de rupsen leven op windesoorten. Het ‘windeweeskind’ heeft in het zuiden twee generaties per jaar en plant zich voort in droge, zandige gebieden.

Het exemplaar van Eucarta virgo uit de Delleboersterheide (foto: Siep Sinnema)Een andere nieuweling werd wel direct als zodanig herkend. Siep en Jannie Sinnema hadden op 20 juli, met de Vlinderwerkgroep Friesland, de lichtopstelling staan op de Delleboersterheide. Het was een erg goede nachtvlindernacht, want er werden meer dan 110 soorten macro-nachtvlinders genoteerd. Tussen die soorten zat ook een exemplaar van Eucarta virgo, die we tijdelijk maagdenuil zullen noemen, totdat er een officiële Nederlandse naam wordt toegekend.

De maagdenuil is waarschijnlijk vanuit het oosten deze kant op gekomen. Het was op hetzelfde moment dat er ook sprake was van een invasie van oostelijke vossen. De vlinder komt oorspronkelijk uit oostelijk Europa en Azië, maar breidt zich de laatste tientallen jaren uit naar het noordwesten. In 2002 werd de soort voor het eerst gezien in Denemarken en Zweden en in 2006 in Noorwegen. De rupsen leven op allerlei, ook hier veel voorkomende, kruiden zoals bijvoet en boerenwormkruid en wat dat aangaat zou voortplanting in ons land moeten kunnen. In hoeverre het bij een eenmalige waarneming blijft of dat de soort zich ook hier verder uit zal breiden zal de toekomst leren.

Tekst: Kars Veling, De Vlinderstichting
Foto's: Lepinet.fr; Siep Sinnema