Gemiddelde dichtheden van de Veldleeuwerik 2009-2013: De Marnewaard springt eruit

Oefenterrein Marnewaard belangrijk habitat voor boerenlandvogels

Grauwe Kiekendief - Kenniscentrum Akkervogels
4-DEC-2013 - Extensief gebruikte grasvlakten zijn in Nederland schaars nu onze moderne, technisch ingerichte agro-landschappen zijn verworden tot troosteloze Engels raaigrasvlakten. De oefenterreinen van Defensie vervullen echter voor veel soorten essentiële functies als broed- en foerageerhabitat. Zo blijkt de Marnewaard in Groningen een belangrijk leefgebied voor de Veldleeuwerik en de Grauwe kiekendief.

 

 

De Marnewaard is in 1987 als militair oefenterrein in gebruik genomen. Het gebied met een oppervlakte van 1.625 hectare aan de oostzijde van het Lauwersmeergebied is geschikt gemaakt voor infanterie en pantsereenheden. De kern van dit gebied wordt gevormd door een grasvlakte van 880 hectare en juist deze extensief gebruikte grasvlakte zorgt ervoor dat de Marnewaard vogelsoorten herbergt die in het landelijke gebied moeite hebben om stand te houden. In 2013 bracht een paar Grauwe kiekendieven met succes drie jongen groot in het zuidelijke deel van de Marnerwaard.

Dichtheden van de Veldleeuwerik in 2013

Niet voor niets broeden juist op de extensieve grasvlakten van de Marnewaard de hoogste en meest stabiele aantallen Veldleeuweriken van Friesland en Groningen, geteld volgens de methode Meetnet Agrarische Soorten. Ook op veel andere terreinen van Defensie komt de Veldleeuwerik in groten getale voor, zeker vergeleken met de nog steeds dalende populaties in grote delen van onze agrarische gebieden.

Iedere beginnende kiekendiefonderzoeker leert dat de aanwezigheid van veel leeuweriken ook automatisch gunstig uitpakt voor zowel Grauwe als Blauwe kiekendief. De neergang van de Blauwe kiekendief op onze Waddeneilanden heeft ondermeer te maken met de decimering van de Veldleeuwerikenpopulatie in duin en kwelder. Dankzij uitputtend dieetonderzoek van de Werkgroep Grauwe Kiekendief (sinds 1992 zijn inmiddels meer dan 25.000 prooiresten onderzocht) weten we hoe belangrijk deze relatief forse zangvogel is tijdens de broedcyclus van de Grauwe kiekendief.

Vrouwtje Grauwe kiekendief valt in met prooi op haar nest in de Lauwersmeer

In 2006 vonden we voor het eerst sinds 1992 een broedende Grauwe kiekendief in de grootschalige akkers in het Noord-Groningse Hogeland. Met name in de aangrenzende Westpolder en rond Pieterburen en Eenrum broeden jaarlijks drie tot vijf paartjes Grauwe kiekendieven in het graan. Uit veldobservaties blijkt dat de meeste jagende mannetjes via de kwelders van de noordkust richting het westen vliegen en vaak de Marnewaard afstropen op zoek naar Veldmuis of Veldleeuwerik. Na de Marnewaard en de kwelders zijn net gemaaide luzernevelden en graslanden, en mogelijk ook brede faunaranden, van betekenis voor jagende Grauwe kiekendieven. O, wat zouden we graag een UvA-GPS-logger op één à twee mannetjes willen hebben om dit habitatgebruik te onderzoeken!

Wie in de winter graag een Ruigpootbuizerd wil zien klapwieken boven een weidse grasvlakte kan jaarlijks in de Marnewaard terecht. Verder zijn er onderbouwde vermoedens dat de laatste jaren de broedpopulatie Velduilen van Schiermonnikoog mede dankzij de Marnewaard stabiel is te noemen.

Ligging Marnewaard tussen Lauwersmeer en akkerbouwgebied Noord-Groningen (foto: Google Earth)

Begin november zag het mooie boek “Missie Natuur” van Defensie-ecoloog Niels Gilissen het licht. Een informatieve uitgave voor degenen die belangstelling hebben in natuurbehoud in Nederland, maar ook een eyeopener voor degenen die buiten platgewalste wegen willen denken. Zo broeden er misschien wel meer Veldleeuweriken in de Marnewaard alleen dan in de agrarische gebieden tussen de Westpolder van Sicco Mansholt en de Eemshaven.

Tekst: Ben Koks & Oike Vlaanderen, Werkgroep Grauwe Kiekendief
Foto's: Popko Wiersma; Theo van Kooten; Google Earth